Het Parool

Wie dit leest krijgt jeuk

Het Parool donderdag 12 oktober 2017
Medy Oberendorff

‘Er zijn weer luizen!’ Ook na de komende herfstvakantie staat het ongetwijfeld op het schoolbord.
Kammen dus. En die knuffel in de vriezer – dat hoeft dus echt niet meer.
MALIKA SEVIL
De herfstvakantie is in aantocht, en dat geeft in elk geval één harde garantie: daarna begint de hoofdluizenplaag. In oktober verschijnt de schoolfotograaf, op 11 november is het Sint Maarten, op 5 december komt Sinterklaas en na elke vakantie, vaste prik, passeert een luizenparade. Ook drie dagen na de zomervakantie stond het in krijtletters op het bord van groep 1/2: ‘Er zijn weer luizen!’ Nu al! De gymschoenen in de juiste maat waren nog niet eens ingeslagen of zeker één exemplaar had zich in het Rapunzelhaar van dochterlief genesteld om daar eens actief aan familie-uitbreiding te doen.
Ter illustratie: een volwassen vrouwtje legt zes eitjes per dag, dat zijn 42 eitjes per week, 168 per maand. Uit die eitjes (neten) kruipen na tien dagen nimfen, die ook weer uitgroeien tot volwassen luizen, die zich in een duizelingwekkend tempo vermenigvuldigen. De hoofdluis, kortom, moet gestopt worden. Dat betekent: behandelen met een middel (zie kader) en kammen tot je er gallisch van wordt. Trek er bij Rapunzel maar een dagdeel voor uit. Terwijl het vettige bestrijdingsmiddel in je mouw loopt, spookt de alsmaar repeterende vraag door het hoofd: waarom duiken die rotbeesten na elke vakantie op?
“Dat lijkt maar zo,” zegt Desirée Beaujean van het RIVM. “Na elke schoolvakantie wordt er beter gecontroleerd. Als er gezocht wordt, worden ze ook gevonden. Maar luizen zijn er in alle jaargetijden en op alle geografische plaatsen.” Daarbij zijn ze ook nog eens heel inschikkelijk. “Het maakt ze niet uit op wat voor hoofd ze zitten. Jong of oud. Schoon of vies.
Een hoofdluis discrimineert niet.”

Vieze kinderen
Toch gaat het hardnekkige verhaal dat hoofdluizen vieze hoofden mijden. “Een fabel. Waarschijnlijk bedacht om het taboe te doorbreken. Om te voorkomen dat het beeld ontstaat: het zijn de vieze kinderen die ze hebben.”
Zo blijkt de hoofdluis vaker gestigmatiseerd te worden. Het grootste misverstand, dat het RIVM jarenlang mede overeind hield, is dat de luis via kragen, knuffels en beddengoed naar een nieuw slachtoffer kruipt. Dat blijkt klinkklare onzin.
Geert-Jan Roebers, bioloog en schrijver van het boek Hoofdluis en andere stekers, bijters en zuigers vond dat al toen hij zelf nog kinderen op de basisschool had. Het was in de tijd dat iedereen nog uren zoet was, naast het kammen
van het haar, met het wassen van het beddengoed en het uitzuigen van de auto en de bank. “Zo stond het in de protocollen. Ik wilde niet moeilijk doen, maar ik dacht vanuit mijn kennis als bioloog wel: wat heeft een luis, die bloed drinkt, op een knuffel te zoeken? Niets. Dus waarom zou je een knuffel in de vriezer stoppen?” Een luis zal er alles aan doen om dicht bij de warme hoofdhuid te blijven. “Zoals elk dier heeft de luis zich aangepast aan zijn leefomgeving. Tussen de haren, in het woud van haar, is het warm, maar ook vochtig, omdat er water uit het hoofd verdampt.”
De hoofdluis drinkt per dag een paar keer zijn eigen lichaamsgewicht aan bloed. “Dan zou je verwachten dat hij veel plast
of dun poept, maar dat zou een rotzooi worden.” De hoofdluis is dusdanig handig doorgeëvolueerd dat hij daar een oplossing voor heeft gevonden: “Hij verdampt het vocht, zodat hij droog kan poepen. Die poep valt gewoon van je hoofd.
Hij houdt zijn nest dus schoon, maar dat doet hij met gevaar voor eigen leven. Want hij blijft zijn eigen vocht altijd door verdampen, ook als hij geen bloed meer kan drinken.”
Zonder hoofd ‘zweet’ hij zichzelf dood. “Een luis die van het hoofd raakt, moet zich voelen als een drenkeling die overboord slaat.” Na een half uur is hij al verzwakt, en na 24 uur morsdood.

Harige pootjes
Zo’n luis gaat natuurlijk niet vrijwillig op een capuchon zitten – “dat bedenkt elke houtje- touwtjebioloog”. Roebers haalt
daarbij een interessant onderzoek aan van de Australische James Cook University. Duizend kinderen werden tijdens een luizenepidemie uitgekamd. De kinderen droegen schooluniformen met hoedjes. Ook die werden gecontroleerd. Wat bleek: uit de haren werden 5500 levende luizen gehaald. En uit de duizend hoedjes? Eén exemplaar! Die bleek ook nog eens op de vlucht te zijn geslagen voor het bestrijdingsmiddel waar het kind net mee was behandeld.
Kortom: luizen laten niet los. “Die harige haakpootjes passen precies om de haren heen. Dat is ook waarom de pootjes van luizen uit Afrika er anders uitzien dan die van
Europese luizen: ze moeten haren met een andere structuur vasthouden.”
Het RIVM is al negen jaar geleden afgestapt van de richtlijn die wassen van beddengoed en knuffels voorschrijft, zegt Beaujean. “Maar het wil er niet in.” Op internetfora blijven de was- en zuigadviezen hardnekkig circuleren. “Die tijd kun je veel beter besteden aan het goed kammen.” Luizen, kortom, stappen alleen over bij haarcontact. “Bijvoorbeeld wanneer kinderen samen op een iPad een filmpje kijken.” Bovendien, zegt Beaujean, zijn luizen ook op de middelbare school behoorlijk actief, zo blijkt uit de voorlopige resultaten van het RIVM-onderzoek Luis Thuis. “Jongeren omhelzen elkaar veel meer dan vroeger. Een beetje van dat Amerikaanse gedrag.” De groepsselfies lijken voor de luizen ook een uitgelezen kans om over te stappen naar een vers hoofd. Of Roebers nog suggesties heeft in de strijd tegen de luizen? Ja, kammen, kammen en nog eens kammen. En verder? “Petjes en hoofddoekjes helpen enorm tegen de verspreiding. Daar zou ik voor pleiten bij een luizenplaag. Maar je moet ook gewoon kunnen zeggen: sorry, ik ga je even niet zoenen, want ik heb luizen. We zeggen toch ook: ik blijf even uit de buurt, want ik ben verkouden.”

Hoe kom je van ze af?
– Behandel zo snel mogelijk.
– Bij makkelijk kambaar haar zijn de luizen zonder bestrijdingsmiddel uit te roeien. Dan moet het haar elke dag, twee weken lang met een fijntandige kam worden gekamd. Dat luistert nauw: elke pluk – van de aanzet tot de punt – moet worden meegenomen. Het is volgens het RIVM belangrijk om de volle twee weken door te gaan. De neten (eitjes) komen na tien dagen uit. Er kan in die veertien dagen dus nieuwe aanwas bij komen. Kammen gaat efficiënter bij nat haar. Ook een conditioner werkt goed, omdat die ontklit en de luizen minder grip op de haren hebben.
Het RIVM adviseert het hoofd naar voren te houden. Wie wil weten hoe groot de vangst is, kan er een vel wit papier onder leggen. De kam moet tussendoor aan keukenpapier worden afgeveegd of in een kom water worden schoongespoeld.
– Dit kan in combinatie met een antihoofdluismiddel. Het advies is om een smeersel te gebruiken waar dimeticon in zit. Dat komt in de luchtwegen van de luizen, waardoor ze stikken. Hoofdluizen worden steeds vaker resistent voor middelen met malathion of permitrine, die het doel hebben luizen te vergiftigen.
– Ook na het gebruik van een luizenmiddel is het advies om twee weken daarna nog goed door te kammen. De neten, die vaak bij de hoofdhuid op de haren zitten, zijn met een nagel eraf te schrapen. Gedept in een beetje azijn laten zeeerder los.
– Wie dit te veel gedoe vindt, kan naar De Luizenkliniek. Daar gaan ze de beesten te lijf met een AirAllé-behandeling – een speciale föhn die ze uitdroogt. Het werkt. Maar het kost ruim 100 euro en bij één verkeerde speeldate ben je terug bij af.

Pindakaas in je haar
Wie online zoekt naar oplossingen om luizen te elimineren komt al snel bij suggesties in de categorie ‘mondwater en azijn’. Als je de haren met het water van gekookte eucalyptusbladeren spoelt, zouden de luizen vanwege de stank afhaken. Het hoofd insmeren met knoflook, een badmuts opzetten en zo de nacht doorbrengen zou het leefklimaat van de hoofdluis
dusdanig aantasten dat hij zich minder makkelijk voortplant. Wat dit betekent voor het leefklimaat van de eigen huisgenoten staat er niet bij.
“We horen ook verhalen van slagroom, pindakaas, mayonaise en olijfolie,” zegt Desirée Beaujean van het RIVM. Of het helpt? “Onze biologen zeggen: het maakt de structuur van het haar anders, dus zal het heus wel wat doen. Als je dat in het haar smeert, kan die hoofdluis vast minder makkelijk over de haren lopen. Maar wetenschappelijk onderzocht is het effect natuurlijk niet.”
Bioloog en luizendeskundige Geert- Jan Roebers is stelliger over de smeersels: “Pindakaas in je haar geeft een ontzettende bende. Ga dan niet zeggen: het helpt misschien wel een beetje.”
© Het Parool
donderdag 12 oktober 2017